Neem contact op

Article

Het framework dat jouw bedrijf superkrachten geeft - deel 1

Digitale producten, dat is wat we maken. Websites, apps, alles om in de behoefte van jouw klant te voorzien. Om tot het beste resultaat te komen, hebben we onze dienstverlening in een solide proces gegoten: het Label A framework.

By Jeroen van Eck, Digitaal Strateeg

Het framework is gebaseerd op de patronen, behoeften en vragen die we de afgelopen tien jaar terug hebben zien komen. Dankzij het framework weten onze opdrachtgevers wat er van hen verwacht wordt en wat wij gaan opleveren. De rode draad zijn de beoogde eindgebruikers, samen met hen vormen we het product.

Onze opdrachtgevers zijn experts op het gebied van hun business, wij op het digitale vlak. Wij dagen opdrachtgevers uit om hun ideeën en aannames te onderbouwen met argumenten en data. Als we naar de data kijken, blijkt vaak dat een bepaald standpunt toch minder relevant is dan gedacht.

Het succes van digitale producten is namelijk afhankelijk van de mate waarin de eindgebruiker het product waardeert. Dat is dan ook de reden dat we zo snel mogelijk een tastbaar product maken die eindgebruikers kunnen testen. Eerst een prototype, dan een proof of concept (POC) en vervolgens een minimal viable product (MVP, de eerste versie van het product dat op de markt gezet wordt). De eindgebruikers bepalen uiteindelijk met hun gedrag of de app succesvol is of niet.

customerexperience.png

Wij sturen op waarde

‘U roept, wij draaien?' Niet bij Label A. Wij willen met ons werk waarde toevoegen en impact maken; iets creëren dat zowel bijdraagt aan de doelen van de opdrachtgever en voorziet in de behoefte van de doelgroep. Dat betekent dat we denken vanuit de motivatie van de eindgebruiker en niet vanuit producten: benefits over features. Dat is waarom we de doelgroep in onze aanpak een centrale rol geven.

Feedback, feedback, feedback en… feedback

Het framework bestaat uit vier fases waarin we respectievelijk een gevalideerd prototype, proof of concept en minimal viable product (MVP) opleveren. Daarna blijven we continu optimaliseren.

Stel, je denkt een goed idee te hebben voor een digitaal product. Je hebt het voorgelegd aan vrienden, kennissen, je netwerk en nu ben je benieuwd hoeveel het kost om dit digitale product te laten maken. Verschillende bureaus sturen je een offerte op en jij kiest het bureau met de beste prijs-kwaliteitverhouding. Maar hoe weet je nu of het de investering waard is?

jve_framework.jpg

1. Google Design Sprint geeft de doorslag

Wat nou als je, voordat je investeert, kunt valideren of je idee aansluit op de (latente) behoeften van de beoogde doelgroep? Laat dit precies stap één zijn in ons framework: Tijdens een Google Design Sprint werken we een testbaar prototype uit. In een week. Na vijf dagen is het product getest door een selectie van eindgebruikers en weten we of jouw idee voorziet in de behoefte van de doelgroep.

Deze eerste stap is dus een validatie, een checkbox, om te beslissen of het bedrijfseconomisch slim is om te investeren in je idee. Uniek van een Google Design Sprint is dat je de eindgebruiker vanaf dag één betrekt bij het proces. Zoals Google het zelf omschrijft: “Werp een blik in de toekomst en geef je bedrijf superkrachten”. Alle betrokkenen denken nu vanuit de behoefte van de eindgebruiker die ten grondslag ligt aan het product en niet vanuit producteigenschappen.

Na een Google Design Sprint weten we of dat de uitwerking van het idee potentie heeft. De andere uitkomst is dat het idee ontkracht wordt. Als het idee onvoldoende waarde biedt aan de doelgroep, willen we dat zo snel mogelijk weten. Stel je voor dat je hier achter komt op het moment dat de mobiele app voor zowel iOS als Android in de app-stores staan.

2. Het draait allemaal om design

Na de sprintweek is het duidelijk wat voor soort digitaal product er gemaakt moet worden en kunnen we denken in termen van een app of website. De volgende fase is de ‘concept week’. Hierin leveren we een proof of concept. Dit is een klikbaar design (een interactief ontwerp) met een duidelijke user flow. De nadruk in deze fase ligt op het uitwerken van de user experience en het visuele ontwerp.

Na deze fase kunnen we zeggen hoeveel het minimal viable product gaat kosten. De proof of concept wordt wederom getest, dit keer door zo’n twintig tot vijftig eindgebruikers.

Testen is één ding, feedback uitvragen is minstens zo belangrijk. Welke vragen je moet stellen om de benodigde feedback te ontvangen? Dat vertel ik je in deel 2 van deze blog. Daarin lees je ook wat fase 3 en 4 van het traject inhouden. Lees het hier!

Gerelateerd